Inloggen

Samba-instrumenten

Welke instrumenten kent de samba?

Samba Percussie

Samba is afkomstig uit Brazilië en wordt vooral gespeeld tijdens het jaarlijks carnavalsfeest. Er zijn verschillende soorten samba zoals de afro samba, samba batucada, samba reggae, samba de enredo etc.
Een sambagroep bestaat uit de bateria en een mestre de samba.  De bateria zijn degene die de instrumenten bespelen en dus de samba vertellen via hun instrument. De mestre is de dirigent. Deze geeft, door middel van tekens, een apito (fluitje) en de repenique, aan wat er door de bateria gespeeld wordt.
De bateria bespeelt verschillende instrumenten:

 

Surdo'sSurdo:

Surdo (“de dove man”) verzorgt de hartslag van de band. Het is een grote ronde basdrum die bespeeld wordt met een of tweestokken. Een band heeft meestal 3 soorten surdo’s: Surdo “reposta”: de grootste, Surdo “marcador”: de middelste, en Surdo“contrador”: de kleinste en meest actieve surdo.

Tamborim:

Een trom van ongeveer 20 cm doorsnede met slechts een vel (vergelijkbaar met een tamboerijn zonder bellen). De tamborim wordt met slechts een stok bespeeld. Verschillende slagtechnieken creëren verschillende geluiden (o.a. variëren van velspanning met vingers en raken van het vel op verschillende plekken met de stok).
De tamborims zorgen voor het volume van de band door hun specifieke doordringende geluid.

CaixaCaixa:

Het woord caixa (spreek uit: kasja) betekent “snare drum” in het Portugees, en wordt bespeeld met 2 drumstokken.
Soms zitten de snaren bovenop, meestal onder.
Op dit instrument worden vooral rim-shots en drukroffels gespeeld.

TimbaTimba:

De Timba is een drum die met de handen wordt bespeeld. De manier van spelen heeft overeenkomsten met de Afrikaanse djembe. De timba is het solo instrument binnen de samba.

Chocalho of rocarChocalho of rocar:

Het is gemaakt van een houten of metalen chassis waaraan jingles (ronde metalen, halfgebogen, plaatjes) zijn bevestigd. Het instrument wordt het meest tijdens het refrein van een samba gespeeld en blijft daarnaast passages lang onaangeroerd. De chocalho ondersteund de caixa om de samba zijn swing te geven. Het chassis wordt met beide handen beetgepakt en achtereenvolgens voor- en achterwaarts bewogen op het ritme van de muziek.

AgogoAgo-go:

De ago-go zijn eigenlijk 2 of 3 verschillende cow-bells (koe-bellen) met elkaar verbonden door een gebogen metalen staaf.
Hierdoor kan een melodisch ritme worden gespeeld.
Door de twee bellen tegen elkaar te drukken kan een echo-achtig geluid worden gemaakt als opvulling tussen het gespeelde patroon.

GanzaGanza:

Shaker (ofwel schudbeker). Gevulde gesloten cilinders. Komen in verschillende formaten en vormen. Versterkt de “groove” (gevoel/ritme/puls) door patronen van zestienden noten. Er bestaan ook shakers die bestaan uit een vierkant raamwerk van tamboerijnbelletjes.

CuicaCuica:

De cuíca wordt gewoonlijk van metaal gemaakt. Het instrument heeft een enkel vel, met een diameter van doorgaans 15 tot 25 centimeter, gemaakt van dierlijke huid. Door het midden van dit vel wordt een bamboestokje gestoken en vastgemaakt. Het stokje wordt met een stuk stof in de hand genomen en met een wrijvende beweging in trilling gebracht. De muzikant varieert de toonhoogte door met de duim van de andere hand druk op het vel uit te oefenen. De cuíca maakt een geluid dat als een apengeluid beschreven kan worden.

De mestre bespeelt:

RepiniqueRepinique:

De tenor trom van de sambaband met strak gespannen vel. Vult het surdo ritme aan. Fungeert ook als “lead drum” van de band (vraag en antwoord). Wordt ook gebruikt als solo instrument en wordt bespeeld met een of twee stokken. Slagen bestaan voornamelijk uit rimshots (slagen op vel en rand tegelijkertijd).

ApitoApito:

Fluitje met een of meerdere toonhoogtes. Gebruikt door “leader” om “bateria” aanwijzingen te geven, of als aanvulling van het ritme.